
Wat is een vernauwing/afknelling van de bekkenslagader?
Je bekkenslagader zorgt voor de toevoer van bloed en daarmee van zuurstof naar je beenspieren. Door de gebogen positie op de fiets of in schaatshouding in combinatie met de vele omwentelingen die je been maakt, kan de bekkenslagader telkens een ‘knik’ maken. Vergelijk het met een tuinslag die je afknikt, het water kan er dan minder goed door en de stroomsnelheid van het water neemt toe. Bij zware inspanning zorgt het dan voor tekort schieten van  de bloedtoevoer. Op den duur kan dit ook nog leiden tot schade aan de slagader.
Een slechte doorstroming van het bloed in de slagader leidt tot een zuurstoftekort in de beenspieren en daarmee het gevoel van snellere verzuring. Dit merk je aan klachten als krachtsverlies en pijn in je beenspieren. Vaak is het ene been meer aangedaan dan het andere en kenmerkend is dan dat het ene been sneller het gevoel van verzuring geeft dan het andere. De klachten verdwijnen bijna altijd binnen een paar minuten rust en kunnen bij vaak in een paar minuten weer worden opgewekt wanneer je fietst boven ‘de klachtdrempel’. Vaak ervaar je niet de klachten heel lokaal in één spier (zoals bij een spierblessure), maar doen meerdere spieren mee.
Dergelijke klachten passen typisch bij een vaatprobleem. Maar, ze kunnen ook door een heleboel andere oorzaken komen. Belangrijk is dus om uit te zoeken wat er werkelijk speelt en wat hiervoor de beste aanpak is. Een bloedvatprobleem is meestal niet het eerste waar een zorgprofessional bij deze symptomen bij verder gezonde sporters aan denkt. Zowel voor sporters als zorgverleners is daarom een self-check ontwikkeld die helpt om te bepalen of een vaatprobleem waarschijnlijk is en als dat zo is wat de beste aanpak is.
De gemiddelde sporter met een bloedvatprobleem heeft ongeveer 45.000 km gefietst met zijn klachten en meerdere hulpverleners geraadpleegd voor de diagnose gesteld werd. Zonde. Hoe langer het duurt voordat je actie onderneemt, hoe groter dan kans op blijvende schade aan de slagader. Bij vroege herkenning kan aanpassing van sport en/of houding of materiaal (bijvoorbeeld je fiets) een goede oplossing zijn en/of kan met minder ingrijpende operatie volstaan worden.


